6 juni, dag 42: 's werelds eerste

Dit is 's werelds eerste drijvende windmolen. Hiermee wil Noorwegen groene stroom gaan produceren voor de export. Deze eerste is bijna klaar: hij zou vandaag naar zee gesleept zijn als er niet iets mis was geweest met een ankerkabel (een kink, vermoeden wij). En wij zouden meegevaren zijn...

Gammel Stavanger

We zitten twee dagen in Stavanger, en verblijven in een ex-stalletje bij het oudste huis van Stavanger, in het rechterdingetje op de foto:Binnen moet je bukken, dus je kan maar het best blijven zitten.Het buurtje (gammel betekent oud) is sprookjesachtig: witte houten huisjes met fleurige tuintjes. Soms wordt er een cruiseschip over Stavanger uitgestort, en dan is het er druk, verder is het er stil.Kijk, daar ligt een cruiseschip te loeren naar het buurtje:Wij weten niet zeker of deze man de boot gehaald heeft......maar wel dat deze zwaan niet onder de indruk is van het cruiseschip dat net vertrokken is.En in ons straatje zit een sardine-inblikmuseum. Dat kan niet iedereen zeggen.

5 juni, dag 41: Stavanger, oliehoofdstad

Naast fietsen en bezoeken aan diverse 'sustainable' zaken bestaat ons leven voornamelijk uit het bijhouden van onze website.
Als er dan nog tijd overblijft, zoals vandaag, dan kan het zomaar gebeuren dat we een museum bezoeken. In Stavanger is het Noorse Oliemuseum het meest opvallende. Binnen zie je in een statische opstelling allerlei buitengewoon ingewikkelde en heldhaftige zaken, aangevuld met de geschiedenis van het museum, van de Noorse oliewinning en van de wereld.Hoewel dit museum nou niet bepaald de top is, raakten wij wel steeds meer verbaasd dat er in Nederland geen 'aardgasmuseum' is - helemaal als je je bedenkt dat men op het idee van olie onder de Noordzee is gekomen na de ontdekking van 'Slochteren'.

3 en 4 juni: naar Stavanger langs de kust

Jos is vanaf Tonstad naar Egersund aan de kust gefietst, overnachtte in een campinghut in Brusand, en heeft de kustroute gevolgd.

Langs de brede Gya naar Egersund......door een interessant tunneltje......over de prachtige Vestlandske Hovedvei......en langs nieuw-Bleiswijk naar Stavanger.

3 en 4 juni: naar Stavanger door de bergen

Koos is vanaf Tonstad noordwarts gefietst, het Sirdal uit naar Lindjeland, overnachtte in het hotel daar en ging daarna via een bergroute tot 932 meter hoogte naar Lysebotn en pakte daar de veerboot over de Lysefjord naar Stavanger.
Omhoog door de bergen......gevolgd door een interessante afdaling......naar de fjord......en met de boot naar Stavanger.

3 juni, dag 39: je eigen stroom

Als je genoeg omlaagvallend water hebt, kan je een eigen elektriciteitscentrale beginnen. Dat dachten enkele Noren, en ze staken de handen uit de mouwen.
Vraag een hele riedel vergunningen aan, koop een meer, boor een gat zodat het water omlaag valt, vang dat op met een schoepenrad, koop een oude generator en sluit die erop aan, et voilà: genoeg stroom voor 200 gezinnen. Na 15 jaar terugverdiend.
Dat wordt hier in Noorwegen sinds niet al te lang door een groeiend aantal mensen gedaan. Het past allemaal met gemak in dit schuurtje:en dan kan de overgespoten auto van inspecteur Morse er ook nog bij.Bij de reports lees je meer hierover.
Wat we vandaag verder gedaan hebben, verklappen we morgen.

2 juni, dag 38: A space odyssey


Als je in de bergen fietst, dan vraag je je weleens af wat er achter al die deuren in de rotsen gebeurt. Je fantaseert dat daar een hele parallelle wereld van albino's bestaat. In Tonstad is zo'n deur, een trotse deur.We zijn die deur in geweest. Met de auto: je rijdt eerst 800 meter de berg in. Dan ga je een deurtje door en sta je in een Kubrickiaanse omgeving. Daar staat NEBB, het broertje van HAL.We zijn hier in waterkrachtcentrale met de grootste stroomproduktie van Noorwegen. En we bezoeken die omdat er een directe kabel van hier naar Delfzijl loopt: als we in Nederland stroom over hebben, kan dat naar hier toe, en andersom. Meer hierover in onze reports. En dan deze doorgang naar een andere hal...Over het landschap en het weer hebben we intussen vrij weinig te klagen.

Lofzang op het benzinestation

Benzinestations zijn in Noorwegen de redding van de fietser. Bij gebrek aan horeca en winkels zijn de benzinestations in het gat in de markt gesprongen: veel van die stations verkopen alles wat een hongerige fietser nodig heeft. Winkels worden door winkelsluitingswetten gedwongen vaak dicht te zijn, maar de benzinevoorziening schijnt een hogere prioriteit te hebben dan de voedselvoorziening: benzinestations mogen praktisch altijd open zijn, en een compleet assortiment albertheijnwaren meeverkopen.
Ergens klopt er iets niet, maar het is wel handig.

1 juni, dag 37: over Noorwegen

Qua Noorwegen hebben we tot nu toe alleen de voor fietsers beroerde kwaliteit van de wegen gemeld. Dat blijft keihard overeind, want ook in de 'mooiste' stukken asfalt kunnen ineens gaten van een halve meter zitten.
Maar Noorwegen heeft ook een andere kant. Eindeloos veel kilometers schilderachtige kustlijn, met op iedere geschikte rots een schilderachtig rood of wit huisje aan kraakhelder water en omzoomd door eeuwig zingende [vogeltjes!] naaldbossen. Ieder schilderachtig plaatsje heeft een schilderachtig haventje, in de regel geschikt voor een aantal boten dat het vijfvoudige van de bevolking lijkt. Maar soms ook met ongeveer niks.De boten zijn in meerderheid van het weinig schilderachtige type 'Gardameer': een enorme verzameling paardekrachten achter een opmerkelijk stuk wit plastic. Op gezette tijden gaat de eigenaar daarmee tamelijk zinloos heen en weer scheuren over het schilderachtige water: de eeuwig zingende motoren.In de dorpjes komt 's avonds de jeugd samen in hun / hun vaders gepimpte Opels tot en met Corvettes, en rijdt daarmee tamelijk zinloos rondjes door het dorp.
Qua horeca is er weinig plezier te beleven: wat er is, is goed verstopt, of dicht, of gaat net dicht. Uitzonderingen daargelaten.
In het verkeer valt de extreem voorzichtige houding naar fietsers op. Petje af!
Tot slot de groet. Waar je in Duitsland iedereen met een vrolijk 'moin moin' tegemoet treedt, in Denemarken een 'hai' kwijt kan, volhardt de Noor in een gereserveerd stilzwijgen. Aankijken en niks zeggen lijkt de regel. Wij echter volharden in 'hai' en worden toch wel eens teruggegroet.

31 mei, dag 36: Pinkster!


Pinksterbloemen zijn altijd heel moeilijk te fotograferen, zeker als je er de tijd niet voor neemt. Maar dit zijn ze toch wel, de Noorse dan.
Postbodes
Soms rijdt er de halve dag een rood autootje met ons op: de postbode. Soms staan de bussen erg ver van elkaar, soms staan ze dicht bij elkaar. Amerikaanse toestanden hier.